Albert Camus: opgegroeid in de zee

Albert Marquet, De haven van Toulon.  
Ik ben opgegroeid in de zee en in mijn armoede voelde ik mij rijk, toen heb ik de zee verloren, alle luxe kreeg voor mij iets kleurloos, ellende iets onverdraaglijks. Sindsdien wacht ik. Ik wacht op de boten om terug te keren, het huis van de wateren, de heldere dag. Ik oefen geduld, ik span mij in beleefd te zijn. De mensen zien mij voorbijlopen in mooie wijze straten, ik bewonder de landschappen, applaudisseer als ieder ander, ik geef een hand, ik ben het niet die spreekt. Ik word geprezen en droom een beetje, ik word beledigd en verbaas mijn nauwelijks. Daarna vergeet ik een glimlach tegen wie mij smaadt, of groet te hoffelijk wie ik aardig vind. Wat moet ik doen als ik mij slechts een enkel beeld kan herinneren? Ten slotte gelast men mij zeggen wie ik ben. 'Nog niets, nog niets...'

Albert Camus, De zee dichtbij. Scheepsjournaal. De Zomer (1953). 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Hermann Hesse: waar is vasten goed voor?

Nikolaj Rjorich, Gezegende ziel (1924). 'Neem me niet kwalijk dat ik 't je vraag, maar wanneer je nu helemaal niets bezit, wat ...