Albert Camus: de bovenmenselijke taken

Salvator Rosa, zelfportret, Filosofie (1640).
Ik geloof niet genoeg  aan de rede om de ontwikkelingsgang, of enige filosofie van de Geschiedenis te onderschrijven. Maar wel geloof ik dat de mens voortdurend bezig is een beter inzicht te krijgen in zijn lot. Wij zijn niet boven ons lot uitgestegen, en toch begrijpen wij het beter. Wij weten dat ons bestaan vol tegenstrijdigheden is, maar dat wij die tegenstrijdigheden niet moeten aanvaarden en ons moeten inzetten om ze minder groot te maken. Als mens hebben wij de taak die paar formules te vinden die de mateloze angst van vrije mensen kunnen wegnemen. Wij moeten hechten wat verscheurd is, rechtvaardigheid denkbaar maken in een wereld die zo duidelijk onrechtvaardig is, het geluk een betekenis geven voor volkeren die door het ongeluk van onze tijd zijn vergiftigd. Natuurlijk, dat is een bovenmenselijke taak. Maar bovenmenselijk noemt men die taken waarover de mensen lange tijd doen om ze te volbrengen, dat is alles. 

ALBERT CAMUS, De amandelbomen. In De Zomer (1939). 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Hermann Hesse: waar is vasten goed voor?

Nikolaj Rjorich, Gezegende ziel (1924). 'Neem me niet kwalijk dat ik 't je vraag, maar wanneer je nu helemaal niets bezit, wat ...